Een ander Vlaams document dat meer zegt over de verwerking van afval, en dan meer bepaald organisch-biologisch afval, is het uitvoeringsplan OBA van OVAM. Dit geeft de te volgen filosofie weer om organisch-biologisch afval op een zo milieuverantwoord mogelijke manier te gaan verwerken. De filosofie betreffende eindproducten van vergisting en de termen nutriëntenrijk en -arm zijn van belang wanneer het over al of niet exporteren van vergiste producten gaat.
Tenslotte bestaat er ook reeds een Europees werkdocument dat omschrijft welke inputstromen mogen gebruikt worden voor vergisting en compostering en dat ook bepaalde voorwaarden oplegt naar procesvoering tijdens de vergisting en compostering. Dit document heeft aangezien het een 'werkdocument' is geen wettelijke slagkracht. In de toekomst bestaat de kans evenwel dat sommige elementen uit dit document zullen leiden tot bepaalde wettelijke verplichtingen.
Vlarea
Het VLAREA (Vlaams reglement inzake afvalvoorkoming en -beheer) is een bundeling van de uitvoeringsbesluiten van het afvalstoffendecreet. Industriële restproducten worden niet langer als afvalstof aanzien als ze voldoen aan door VLAREA opgelegde criteria. Voor vergistingsinstallaties die organisch-biologische nevenstromen verwerken betekent dit dat ze over een keuringsattest moeten beschikken dat wordt afgeleverd door VLACO vzw of onderworpen zijn aan een gelijkaardige kwaliteitscontrole.Input
Een van de belangrijkste elementen van de milieuwetgeving is het verbod op verdunnen tot het behalen van de normen ('Dilution is not a solution for pollution'). Dit heeft tot gevolg dat alle inputstromen die in een anaerobe vergistingsinstallatie worden verwerkt, moeten voldoen aan de Vlareanormen (uitgezonderd in geval enkel mest verwerkt wordt).Wanneer zuiveringsslib mee verwerkt wordt in de vergistingsinstallatie, dient naar gebruik van digestaat toe ook voldaan te worden aan speciale voorwaarden. Deze voorwaarden worden vermeld in hoofdstuk 4 van Vlarea, afdeling 4.2., artikel 4.2.1.2.
Output
Een belangrijk element is dat geen enkele afvalstof die niet opgenomen is in de lijst van secundaire afvalstoffen van bijlage 4.1, afdeling 1 van Vlarea mag gebruikt worden om op het land uitgereden te worden. Enige uitzondering zijn oogstresten die ontstaan zijn op het landbouwbedrijf indien ze binnen hetzelfde landbouwbedrijf en zonder het bedrijf te verlaten hebben, op een landbouwkundige en milieuhygiënisch verantwoorde manier worden toegepast.Eindproducten van vergisting zijn opgenomen in deze lijst onder de noemers:
- GFT- en groencompost, afkomstig van een vergunde inrichting voor de compostering of vergisting van groenten-, fruit- en tuinafval (GFT) met maximaal 25% organisch-biologische bedrijfsafvalstoffen of van organisch afval dat vrijkomt in tuinen, plantsoenen, parken en langs bermen;
- Compost of digestaat van organisch-biologische bedrijfsafvalstoffen, afkomstig van een vergunde inrichting voor de compostering of vergisting van organisch-biologische bedrijfsafvalstoffen al dan niet in combinatie met dierlijke mest
Bijkomende voorwaarden: Voldoen aan de bepalingen van art. 4.2.1.1. van het Vlarea: Bijlage 4.2.1. vermeldt normen voor het maximaal gehalte aan zware metalen die toegelaten zijn in het digestaat alsook de maximumgehaltes aan monocyclische aromatische koolwaterstoffen, polycyclische aromatische koolwaterstoffen en overige organische stoffen. Verder moet bij de toepassing van het digestaat toegezien worden dat de maximaal toegelaten bodemdosering van de voornoemde verontreinigende stoffen niet overschreden wordt.
Beschikken over een keuringsattest: : Het digestaat moet beschikken over een keuringsattest afgeleverd door de vzw VLACO of onderworpen aan een gelijkaardige kwaliteitscontrole: De producent moet een volledige boekhouding bijhouden van alle stoffen die binnenkomen, de plaats waar ze worden bewaard en bewerkt en de kritische procesparameters (regelmatige monitoring). Op het einde van het proces wordt via een staalname- en analyseprotocol de kwaliteit van het eindproduct gecontroleerd. Naast de milieuhygiënische parameters (zware metalen, organische verontreinigingen zoals PCB’s, minerale oliën,…; cf. de VLAREA-normen) worden ook de landbouwkundige parameters opgevolgd (pH, EC, organische stof, nutriënten, stabiliteit). Producten die niet voldoen aan de normen van de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu en OVAM mogen niet op de markt worden gebracht. Wanneer analyseresultaten afwijkingen vertonen, moet de verwerker acties ondernemen om de vereiste kwaliteitsdoelstellingen opnieuw te halen.
Andere voorwaarden: Naast de Vlarea-voorwaarden om digestaten te kunnen gebruiken als meststof-bodemverbeteraar dienen ook nog andere voorwaarden (afkomstig uit andere wetgevingen) gerespecteerd te worden. Voor een algemeen overzicht van deze voorwaarden: zie eindproducten onder de rubriek wetgeving.
Het Vlarea is te bestellen bij OVAM (015/284284), Stationsstraat 110, 2800 Mechelen. U kan de Vlarea ook online raadplegen. Mocht u het dan nog niet te pakken krijgen, is er in ons documentatiecentrum eveneens een exemplaar ter beschikking.
Uitvoeringsplan organisch-biologisch afval
Algemeen
Het uitvoeringsplan organisch-biologisch afval (verder afgekort als OBA) is een beleidsdocument dat enerzijds een analyse omvat van de problematiek en huidige verwerking van OBA en anderzijds de strategie omschrijft i.v.m. de toekomstige verwerking van deze afvalstoffen. Elke twee jaar wordt door de OVAM een voortgangsrapportage van dit document opgemaakt.Enkele principes uit het uitvoeringsplan Ladder van Lansink: Dit principe beschrijft de meest ecologische volgorde waarnaar gestreefd moet worden voor de verwerking van afval in het algemeen. Deze volgorde is voor OBA als volgt: preventie van afvalstoffen, recuperatie, verwerking met toepassing in de veevoeding, verwerking met toepassing als meststof-bodemverbeterend middel, verbranden en tenslotte storten. Anaerobe vergisting kan vaak vallen onder de noemer van verwerking tot meststof-bodemverbeterend middel en wanneer vergisting voor een bepaalde afvalstof een optie is zou in principe niet mogen verbrand of gestort worden.
Dilution is not the solution for pollution: : Bij de verwerking van OBA mag in principe geen verdunning van verontreinigingen worden toegepast. Dit impliceert dat, aangezien digestaat voor gebruik in de landbouw aan de Vlareanormen voor zware metalen en organische polluenten moet voldoen, ook alle inputstromen voor anaerobe vergisting aan deze voorwaarden moeten voldoen! Indien dit niet het geval is worden de afvalstoffen in feite verdund, wat verboden is. Het voortgangsrapport kunt u bestellen bij OVAM (015/284 284), Stationsstraat 110, 2800 Mechelen
Het uitvoeringsplan en anaerobe vergisting
Via het uitvoeringsplan stimuleert OVAM dus anaerobe vergisting van OBA tot meststof-bodemverbeteraar. Meestal heeft het vergisten van organisch-biologisch bedrijfsafval zelfs de voorkeur over (co-)compostering, gezien het vochtgehalte van organisch bedrijfsafval meestal vrij hoog is. Daarnaast biedt vergisting het voordeel dat biogas geproduceerd wordt en energetisch kan gevaloriseerd worden. Welke vergistingstechniek gebruikt moet worden, wordt niet vastgelegd in het uitvoeringsplan. Wel belangrijk is dat het eindproduct gehygiëniseerd en stabiel is, en dat het voldoet aan de landbouwkundige en milieuhygiënische eisen. OVAM stelt wel duidelijk dat de verantwoordelijkheid voor investeringsbeslissingen voor de verwerking van OBA bij de privésector ligt. Ook het vinden van een geschikte afzetmarkt voor de eindproducten is hun verantwoordelijkheid, de overheid verleent enkel ondersteuning via begeleidende onderzoeken en studies.Verwerkingsstrategie van OBA
Voor de verwerkingsstrategie van OBA hanteert de OVAM een voorkeursvolgorde (die in praktijk niet altijd strikt kan gevolgd worden). Verwerking tot veevoeder krijgt principieel voorrang op verwerking tot meststof-bodemverbeteraar.De gevolgde strategie voor de verwerking tot meststof-bodemverbeteraar dient in overeenstemming te zijn met het mestbeleid en daarmee ook gericht op een vermindering van het overschot aan nutriënten op de Vlaamse bodem. Dit vertaalt zich in de eis dat het eindproduct van de verwerking van OBA enkel op Vlaamse cultuurgrond kan gebruikt worden als het een mineralenarm en humusrijk eindmateriaal oplevert. Een andere eis is ook steeds dat het product voldoende landbouwkundige en milieuhygiënische kwaliteit in zich draagt. Met de term 'verwerking' wordt een biologische behandeling (composteren-vergisten) tot een hygiënisch en stabiel materiaal bedoeld.
Mineralenarm of mineralenrijk
Een cruciaal begrip binnen de afzet van organisch-biologisch materiaal in Vlaanderen is de grens tussen mineralenrijk enerzijds en mineralenarm en humusrijk anderzijds. Afhankelijk hiervan kan de eindstroom in Vlaanderen worden afgezet of dient ze te worden geëxporteerd naar het buitenland. Uit onderzoek is immers gebleken dat het mogelijk is organisch-biologische afvalstoffen onder te verdelen in afvalstromen die na verwerking aanleiding zullen geven tot mineralenrijke afvalstromen enerzijds en mineralenarme en humusrijke afvalstromen anderzijds. Het Vlaamse afvalstoffenbeleid streeft naar het behouden van mineralenarme en humusrijke secundaire grondstoffen op Vlaamse cultuurgrond en het bevorderen van de export van mineralenrijke secundaire grondstoffen.Europees werkdocument bioafval
Er is reeds geruime tijd sprake van een Europese richtlijn rond 'biodegradeerbaar afval', 'bioafval', of 'compostering'. Ook in de de Europese Verordening nr. 1774/2002 wordt hiernaar verwezen. De deadline voor dit document was eind 2004, maar dit is niet gehaald. Van een nieuwe deadline heeft Biogas-E vzw nog geen weet. Op dit moment is er enkel een werkdocument beschikbaar omtrent de verwerking van bioafval (= algemene term voor biodegradeerbaar afval) door bvb. compostering of vergisting. Het heeft absoluut geen bindende kracht en er is ook geen enkele garantie dat het ooit in Europese wetgeving zal omgezet worden. Het wordt hier enkel vermeld om aan te tonen dat Europa ook nadenkt over vergisting en deze technologie ook wil stimuleren.Een van de doelstellingen in het document is compostering en vergisting van bioafval gekoppeld aan het gebruik van de compost of het digestaat in de landbouw. Enkele elementen van het werkdocument worden hieronder opgesomd:
- Men wil dat in regel enkel behandeld bioafval (bvb. vergist afval) op het land gebracht wordt. Dit is dus in analogie met de bepalingen van Vlarea in Vlaanderen die ook slechts de zogenaamde secundaire grondstoffen op het land toelaat.
- Men wil dat inrichtingen die meer dan 10.000 ton digestaat of compost produceren een kwaliteitssysteem implementeren op hun bedrijf.
- Het document bevat een positieve lijst van bioafval dat kan vergist worden met daarbij horend bepaalde voorwaarden naar hygiënisatie en gebruik toe.
- Het document omschrijft op welke manier de hygiënisatie tijdens de compostering of vergisting kan gegarandeerd worden.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten