woensdag 2 december 2009

Biogas is Groen Gas

Biogas is een mengsel van methaan (CH4) en kooldioxide (CO2). Methaan is ook de hoofdcomponent in aardgas. Biogas is dan ook bruikbaar als brandstof. Het is een vorm van duurzame energie en daardoor kan biogas als groen gas worden gezien. Biogas komt vrij doordat anaërobe bacteriën organische stoffen verteren.
 
Het gebruik van biogas als energiebron brengt geen verhoging van de concentratie van het broeikasgas CO2 met zich mee. De CO2, die vrijkomt bij vertering van de organische stof en bij de verbranding van biogas is eerst opgenomen uit de lucht door planten. Planten assimileren bij voldoende licht CO2 en vormen met de opname van water en voedingsstoffen uit de bodem met behulp van energie uit het zonlicht organische verbindingen. Dit noemen we de korte kringloop van CO2.
Biogas komt vrij uit verschillende bronnen, waarbij soms een aparte naam wordt gebruikt, die samenhangt met de herkomst. Zo wordt het biogas uit afvalstortplaatsen meestal 'stortgas' (Engels: 'landfill gas', Duits: 'Deponiegas') genoemd (zie ook www.stortgas.nl). Het biogas uit anaërobe waterzuiveringen en slibvergisters wordt in het Engels 'sewage gas' en in het Duits 'Klärgas' genoemd; de Nederlandse benaming rioolgas is minder gebruikelijk.
Biogas wordt ook gevormd bij het vergisten van mest en organisch afval. In Duitsland en Denemarken is covergisting van mest en organisch afval de belangrijkste bron van biogas. In Nederland komt biogas vooral voor bij waterzuiveringsinstallaties van waterschappen en industrie, en bij afvalstortplaatsen. Dit biogas wordt voor een groot deel voor de opwekking van groene stroom als brandstof in gasmotoren gebruikt. Bij een aantal afvalstorten wordt het biogas opgewerkt tot aardgaskwaliteit en via het aardgasnet gedistribueerd. Dit opgewerkte biogas wordt naar analogie van groene stroom wel als 'groen gas' verkocht. In feite is alle biogas door de biologische herkomst als groen gas te beschouwen.

maandag 30 november 2009

Biogas

Biogas wordt opgewekt uit natuurlijke restproducten zoals koeienmest of GFT-afval. Biogas is dus geen aardgas maar van nature een groen product. Uiteraard heeft biogas wel dezelfde kwaliteiten als aardgas.

Sinds september wordt biogas op kleine schaal rechtstreeks op het gasnet gezet. Greenchoice heeft direct biogas ingekocht en kan binnenkort als eerste leverancier in Nederland dit 100% duurzame gas bij u thuis gaan aanbieden. Groener gas krijgt u nergens!

Er is veel vraag naar het nieuwe biogas, waardoor de inkoopprijs hoger ligt dan van aardgas. In tegenstelling tot ons CO2-gecompenseerde gas, zal de verkoopprijs van biogas daarom ook iets hoger zijn het gas van de regioleverancier. Het bosgecompenseerd gas dat Greenchoice nu aanbied is ook groen omdat we de CO2-uitstoot van het gasverbruik van al onze klanten standaard compenseren.

Bedrijf in beroep tegen weigering biogas in Verrebroek

Een landbouwbedrijf uit Verrebroek gaat in beroep tegen de weigering van de Oost-Vlaamse deputatie om een vergunning toe te kennen voor de oprichting van een biogasinstallatie. De bal ligt nu in het kamp van minister van Leefmilieu Joke Schauvliege (CD&V). Een actiecomité van buurtbewoners rekent erop dat er geen vergistinginstallatie komt. 
 
De heisa in Verrebroek begon midden 2008. Toen vroeg een landbouwbedrijf een vergunning aan om 60.000 ton biomassa te mogen vergisten tot biogas en die via warmtekoppeling om te zetten in stroom. Al gauw ontstond er protest van buurtbewoners die vooral bezorgd waren om geur- en verkeershinder. Zij verenigden zich in het actiecomité STUIVER (Ban de Stank uit Verrebroek).
Na een aantal acties van STUIVER liepen tijdens het openbaar onderzoek zo’n 800 bezwaarschriften binnen. Dit deed het Beverse schepencollege beslissen om een negatief advies te geven voor de milieuvergunningsaanvraag. De provincie Oost-Vlaanderen volgde het advies van het schepencollege.
Daarop is de aanvrager in beroep gegaan. Het is nu aan minister Schauvliege om een definitieve beslissing te nemen. “Onbegrijpelijk”, klinkt het bij het actiecomité. “We rekenen erop dat de minister ervoor zorgt dat er geen stankfabriek in Verrebroek komt”.

Biogas productiesystemen - anaërobe vergisting

HoSt is leverancier van vergistingsinstallaties, zowel op boerderijschaal als voor industrieel afval. In een vergistingsinstallatie wordt organisch materiaal omgezet in biogas. Dit Biogas wordt verstookt in een warmte/krachtinstallatie en omgezet in elektriciteit en warmte.
Het uitgegiste materiaal kan benut worden als meststof in de landbouw of verder worden nabehandeld. Door het vergistingsproces wordt de bemestende waarde hoger, doordat organisch gebonden nutriënten vrijkomen, zoals stikstof en fosfor, die hierdoor beter beschikbaar zijn voor de plant. Door afval of mest te vergisten is er een reductie en soms zelfs volledige afdoding van pathogenen en onkruidzaden.
foto project Pronk Warmenhuizen
Voorbeeld boerderijschaal vergister, project Pronk te Warmenhuizen

Vergistbare stromen

Vrijwel alle organische materialen kunnen vergist worden.
Het bekendst is uiteraard mestvergisting. Mest biedt een optimaal leefmilieu voor vergistingsbacteriën.
Vanwege de goede vergistingseigenschappen van mest worden andere organische reststromen vaak samen vergist met mest. Dit wordt co-vergisting genoemd. Door co-vergisting van mest met organische reststromen kan de biogasproductie en daardoor de rentabiliteit van de installatie aanzienlijk verhoogd worden.
Vergisting van organische reststromen zonder mest is mogelijk indien de reststroom een geschikte samenstelling heeft. Indien reststromen niet de geschikte samenstelling hebben, kan vergist worden in combinatie met andere reststromen of mest.
Het drogestof en organische stofgehalte kan variëren per bedrijf (onder andere afhankelijk van het gebruikte voersysteem).
Voor de biogasopbrengst zijn de volgende factoren van belang:
  • Versheid van het product in verband met voorvergisting
  • In geval van co-vergistingstromen: afbreekbaarheid van het materiaal
  • Verblijftijd
WKK Pronk
Twee WKK-units bij Pronk te Warmenhuizen, hierin wordt het geproduceerde biogas verstookt

Uitvoeringsvormen installatie

HoSt levert twee type installaties:
Beide type installaties worden afgewerkt met damwandprofiel of in elke andere door de klant gewenste afwerking. Afhankelijk van de samenstelling van het materiaal kan HoSt adviseren welke installatie het meest geschikt is.
Naast de vergistingsinstallatie levert HoSt voorbewerkingapparatuur, sanitatie-eenheden voor categorie 2 en categorie 3 materiaal, nabewerkingsinstallaties, de biogasbehandeling, separate gasopslageenheden en de energievoorziening. HoSt kan de turn-key realisatie van een geheel project op zich nemen.
Project Tamminga te Leeuwarden
Voorbeeld boerderijschaal vergister, project Tamminga te Leeuwarden
BIR Lichtenvoorde
Voorbeeld Industriële vergister, BIR te Lichtenvoorde

'Groene' elektriciteit

Het geproduceerde biogas kan in een gasmotor omgezet worden in
elektriciteit en warmte. De op deze wijze geproduceerde elektriciteit
wordt als duurzaam gezien, waarvoor de overheid een vergoeding, de
zogenaamde producentenvergoeding, verstrekt (MEP-vergoeding). De hoogte
van deze vergoeding is circa 10 €ct/kWh bovenop de normale
teruglever-vergoeding of vermeden inkoopkosten.

HoSt kan u van dienst zijn middels

  • Haalbaarheidsstudies
  • Experimenten op laboratoriumschaal
  • Verzorgen vergunningaanvraag en subsidie-aanvragen
  • Basis- en detailengineering
  • Projectontwikkeling
  • Turn-key levering van anaërobe vergistingsinstallaties

  

Tevens biedt HoSt haar klanten de volgende aanvullende services:

  • Procesanalyses
  • Enzymen ter bevordering van het vergistingsproces
HoSt B.V. Nederland
Adres Industrieplein 3
7553 LL Hengelo
Postbus 920
7550 AX Hengelo
Nederland
Telefoon
Fax
+31 74 -240 18 07
+31 74 - 240 18 10
e-mail info@host.nl

Warmtekrachtkoppeling met biogas uit vergisting van maïs

In het voorjaar van 2007 liet het Agentschap Ondernemen een studie uitvoeren naar de economische en technische haalbaarheid van een warmtekrachtkoppelingsinstallatie (WKK) op basis van biogas uit de vergisting van maïs. Deze studie gebeurde met de steun van de Europese Unie, de provincie Oost-Vlaanderen en de Vlaamse Gemeenschap.
Concreet werd de invloed nagegaan op de rendabiliteit van o.a. de benutting van de geproduceerde elektriciteit en warmte en de waarde en looptijd van de groenestroom- en warmtekrachtcertificaten.
De studie behandelt de haalbaarheid van een installatie met een elektrisch vermogen van 1.416 kW en een thermisch vermogen van 1.485 kW. Voor de voeding van de vergister is er jaarlijks 600 ha maïs nodig.
Het besluit van de studie is dat een installatie bestaande uit een maïsvergister en biogas-WKK economisch haalbaar is onder strikte voorwaarden. De terugverdientijd is iets minder dan 5 jaar en de interne rentevoet (IRR) is 16,2%.
De studie is gratis verkrijgbaar bij het Agentschap Ondernemen:
e-mail: nadia.casteleyn@agentschapondernemen.be.

4GreenEnergy2, voor duurzame energie uit biomassa zoals biogas en bio-ethanol.

4GreenEnergy2 is een coöperatie van bedrijven die een relatie hebben met biogas, bio-ethanol of in het algemeen met duurzame energie. Vanuit de coöperatie kunnen een aantal diensten aan haar leden worden aangeboden tegen de kostprijs van de coöperatie.

De coöperatie heeft inmiddels 34 aangesloten bedrijven. Eén van de redenen voor het opzetten van een coöperatie is met name om de afzet van bio-energiebrandstoffen (zoals biogas, CBG, LBG en bio-ethanol) collectief te gaan vermarkten. Door het hogere kwantumaanbod kan een hogere marktprijs verkregen worden.
biogas.jpg














4GreenEnergy2 is mede op initiatief van BiogaS International opgericht. 4GreenEnergy2 is echter niet gelinieerd aan leveranciers van biogas- of bio-ethanol techniekleveranciers en is daardoor onafhankelijk actief voor haar leden. Door het gezamenlijk vermarkten van biogas, CBG, LBG en bio-ethanol is de coöperatie in staat om een marktconcurrerende biogasprijs aan haar leden te bieden, die kan concurreren tegen de MEP, MEP-OV en SDE-regelingen. De leden worden op deze manier niet meer beperkt door de beperkingen die in de regelingen zijn opgenomen.

4GreenEnergy2 verzorgd ook een aantal diensten voor haar leden die in het bezit zijn van een installatie of het voornemen hebben om een installatie op te richten. Om ook zo optimaal mogelijk te kunnen beschikken over de diensten van de coöperatie kan men zich aanmelden als lid van de coöperatie. Klik hier voor een stappenplan voor projectrealisatie en overige diensten.

Besparen in brandstofkosten kan bijvoorbeeld door te gaan rijden op aardgas of het helemaal milieuvriendelijke rijden op biogas. In Nederland is men voornemens om in korte termijn vele aardgas-tankstations te gaan plaatsen, waar ook biogas getankt kan worden. Het is natuurlijk een heel andere ervaring als je de tank in deze tijd voor 10 euro voltankt.

Met name voor de transportsector is vloeibaar aardgas of vloeibaar biogas interessant. Vloeibaar biogas heeft een grotere acceleradius dan gecomprimeerd gas, zo kan een vrachtwagen op vloeibaar biogas ongeveer 1.300 kilometer rijden op een tank. Hiervoor dient de truck speciaal te worden uitgerust en is hierdoor met name geschikt voor een nieuw aan te schaffen wagenpark.

Voor alle auto's met benzine-motoren is het mogelijk om te rijden op bio-ethanol . Hiervoor dient de auto te worden aangepast, dit is echter een kleine ingreep waarbij de investering al naar 1 rit na bijvoorbeeld Frankrijk terugverdient kan worden. In Frankrijk zijn vele tankstations al geschikt voor het tanken van bio-ethanol.

Tevens vindt u op deze website informatie over energie uit biomassa zoals biogas en bio-ethanol e.d.
Biogas is de meest duurzame grondstof voor de opwekking van groene stroom, dit is onlangs gebleken uit een onderzoek dat het Duitse Öko-instituut heeft gedaan naar de CO2-uitstoot van twaalf stroomopwekkers.

Indien u beschikt over een geschikte locatie bij een agrarisch bedrijf of een geschikte industriële locatie, zijn er ook mogelijkheden voor de plaatsing van een bio-energie installatie op uw locatie .

Regelgeving: Organisch-biologisch afval

Wanneer afval verwerkt wordt via anaerobe vergisting, dan dient de Vlareawetgeving gerespecteerd te worden. Belangrijkste consequenties daarvan zijn dat er bepaalde normen naar milieuverontreinigende stoffen opgelegd worden aan de inputmaterialen voor vergisting. Via Vlarea worden ook normen opgelegd voor de vergiste eindproducten. In de praktijk komt dit erop neer dat de vergistingsinstallaties die organisch-biologische nevenstromen verwerken over een keuringsattest van VLACO vzw moeten beschikken.
Een ander Vlaams document dat meer zegt over de verwerking van afval, en dan meer bepaald organisch-biologisch afval, is het uitvoeringsplan OBA van OVAM. Dit geeft de te volgen filosofie weer om organisch-biologisch afval op een zo milieuverantwoord mogelijke manier te gaan verwerken. De filosofie betreffende eindproducten van vergisting en de termen nutriëntenrijk en -arm zijn van belang wanneer het over al of niet exporteren van vergiste producten gaat.
Tenslotte bestaat er ook reeds een Europees werkdocument dat omschrijft welke inputstromen mogen gebruikt worden voor vergisting en compostering en dat ook bepaalde voorwaarden oplegt naar procesvoering tijdens de vergisting en compostering. Dit document heeft aangezien het een 'werkdocument' is geen wettelijke slagkracht. In de toekomst bestaat de kans evenwel dat sommige elementen uit dit document zullen leiden tot bepaalde wettelijke verplichtingen.

Vlarea

Het VLAREA (Vlaams reglement inzake afvalvoorkoming en -beheer) is een bundeling van de uitvoeringsbesluiten van het afvalstoffendecreet. Industriële restproducten worden niet langer als afvalstof aanzien als ze voldoen aan door VLAREA opgelegde criteria. Voor vergistingsinstallaties die organisch-biologische nevenstromen verwerken betekent dit dat ze over een keuringsattest moeten beschikken dat wordt afgeleverd door VLACO vzw of onderworpen zijn aan een gelijkaardige kwaliteitscontrole.

Input

Een van de belangrijkste elementen van de milieuwetgeving is het verbod op verdunnen tot het behalen van de normen ('Dilution is not a solution for pollution'). Dit heeft tot gevolg dat alle inputstromen die in een anaerobe vergistingsinstallatie worden verwerkt, moeten voldoen aan de Vlareanormen (uitgezonderd in geval enkel mest verwerkt wordt).
Wanneer zuiveringsslib mee verwerkt wordt in de vergistingsinstallatie, dient naar gebruik van digestaat toe ook voldaan te worden aan speciale voorwaarden. Deze voorwaarden worden vermeld in hoofdstuk 4 van Vlarea, afdeling 4.2., artikel 4.2.1.2.

Output

Een belangrijk element is dat geen enkele afvalstof die niet opgenomen is in de lijst van secundaire afvalstoffen van bijlage 4.1, afdeling 1 van Vlarea mag gebruikt worden om op het land uitgereden te worden. Enige uitzondering zijn oogstresten die ontstaan zijn op het landbouwbedrijf indien ze binnen hetzelfde landbouwbedrijf en zonder het bedrijf te verlaten hebben, op een landbouwkundige en milieuhygiënisch verantwoorde manier worden toegepast.
Eindproducten van vergisting zijn opgenomen in deze lijst onder de noemers:
  • GFT- en groencompost, afkomstig van een vergunde inrichting voor de compostering of vergisting van groenten-, fruit- en tuinafval (GFT) met maximaal 25% organisch-biologische bedrijfsafvalstoffen of van organisch afval dat vrijkomt in tuinen, plantsoenen, parken en langs bermen;
  • Compost of digestaat van organisch-biologische bedrijfsafvalstoffen, afkomstig van een vergunde inrichting voor de compostering of vergisting van organisch-biologische bedrijfsafvalstoffen al dan niet in combinatie met dierlijke mest
Bijkomende voorwaarden: Voldoen aan de bepalingen van art. 4.2.1.1. van het Vlarea: Bijlage 4.2.1. vermeldt normen voor het maximaal gehalte aan zware metalen die toegelaten zijn in het digestaat alsook de maximumgehaltes aan monocyclische aromatische koolwaterstoffen, polycyclische aromatische koolwaterstoffen en overige organische stoffen. Verder moet bij de toepassing van het digestaat toegezien worden dat de maximaal toegelaten bodemdosering van de voornoemde verontreinigende stoffen niet overschreden wordt.
Beschikken over een keuringsattest: : Het digestaat moet beschikken over een keuringsattest afgeleverd door de vzw VLACO of onderworpen aan een gelijkaardige kwaliteitscontrole: De producent moet een volledige boekhouding bijhouden van alle stoffen die binnenkomen, de plaats waar ze worden bewaard en bewerkt en de kritische procesparameters (regelmatige monitoring). Op het einde van het proces wordt via een staalname- en analyseprotocol de kwaliteit van het eindproduct gecontroleerd. Naast de milieuhygiënische parameters (zware metalen, organische verontreinigingen zoals PCB’s, minerale oliën,…; cf. de VLAREA-normen) worden ook de landbouwkundige parameters opgevolgd (pH, EC, organische stof, nutriënten, stabiliteit). Producten die niet voldoen aan de normen van de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu en OVAM mogen niet op de markt worden gebracht. Wanneer analyseresultaten afwijkingen vertonen, moet de verwerker acties ondernemen om de vereiste kwaliteitsdoelstellingen opnieuw te halen.
Andere voorwaarden: Naast de Vlarea-voorwaarden om digestaten te kunnen gebruiken als meststof-bodemverbeteraar dienen ook nog andere voorwaarden (afkomstig uit andere wetgevingen) gerespecteerd te worden. Voor een algemeen overzicht van deze voorwaarden: zie eindproducten onder de rubriek wetgeving.
Het Vlarea is te bestellen bij OVAM (015/284284), Stationsstraat 110, 2800 Mechelen. U kan de Vlarea ook online raadplegen. Mocht u het dan nog niet te pakken krijgen, is er in ons documentatiecentrum eveneens een exemplaar ter beschikking.

Uitvoeringsplan organisch-biologisch afval

Algemeen

Het uitvoeringsplan organisch-biologisch afval (verder afgekort als OBA) is een beleidsdocument dat enerzijds een analyse omvat van de problematiek en huidige verwerking van OBA en anderzijds de strategie omschrijft i.v.m. de toekomstige verwerking van deze afvalstoffen. Elke twee jaar wordt door de OVAM een voortgangsrapportage van dit document opgemaakt.
Enkele principes uit het uitvoeringsplan Ladder van Lansink: Dit principe beschrijft de meest ecologische volgorde waarnaar gestreefd moet worden voor de verwerking van afval in het algemeen. Deze volgorde is voor OBA als volgt: preventie van afvalstoffen, recuperatie, verwerking met toepassing in de veevoeding, verwerking met toepassing als meststof-bodemverbeterend middel, verbranden en tenslotte storten. Anaerobe vergisting kan vaak vallen onder de noemer van verwerking tot meststof-bodemverbeterend middel en wanneer vergisting voor een bepaalde afvalstof een optie is zou in principe niet mogen verbrand of gestort worden.
Dilution is not the solution for pollution: : Bij de verwerking van OBA mag in principe geen verdunning van verontreinigingen worden toegepast. Dit impliceert dat, aangezien digestaat voor gebruik in de landbouw aan de Vlareanormen voor zware metalen en organische polluenten moet voldoen, ook alle inputstromen voor anaerobe vergisting aan deze voorwaarden moeten voldoen! Indien dit niet het geval is worden de afvalstoffen in feite verdund, wat verboden is. Het voortgangsrapport kunt u bestellen bij OVAM (015/284 284), Stationsstraat 110, 2800 Mechelen

Het uitvoeringsplan en anaerobe vergisting

Via het uitvoeringsplan stimuleert OVAM dus anaerobe vergisting van OBA tot meststof-bodemverbeteraar. Meestal heeft het vergisten van organisch-biologisch bedrijfsafval zelfs de voorkeur over (co-)compostering, gezien het vochtgehalte van organisch bedrijfsafval meestal vrij hoog is. Daarnaast biedt vergisting het voordeel dat biogas geproduceerd wordt en energetisch kan gevaloriseerd worden. Welke vergistingstechniek gebruikt moet worden, wordt niet vastgelegd in het uitvoeringsplan. Wel belangrijk is dat het eindproduct gehygiëniseerd en stabiel is, en dat het voldoet aan de landbouwkundige en milieuhygiënische eisen. OVAM stelt wel duidelijk dat de verantwoordelijkheid voor investeringsbeslissingen voor de verwerking van OBA bij de privésector ligt. Ook het vinden van een geschikte afzetmarkt voor de eindproducten is hun verantwoordelijkheid, de overheid verleent enkel ondersteuning via begeleidende onderzoeken en studies.

Verwerkingsstrategie van OBA

Voor de verwerkingsstrategie van OBA hanteert de OVAM een voorkeursvolgorde (die in praktijk niet altijd strikt kan gevolgd worden). Verwerking tot veevoeder krijgt principieel voorrang op verwerking tot meststof-bodemverbeteraar.
De gevolgde strategie voor de verwerking tot meststof-bodemverbeteraar dient in overeenstemming te zijn met het mestbeleid en daarmee ook gericht op een vermindering van het overschot aan nutriënten op de Vlaamse bodem. Dit vertaalt zich in de eis dat het eindproduct van de verwerking van OBA enkel op Vlaamse cultuurgrond kan gebruikt worden als het een mineralenarm en humusrijk eindmateriaal oplevert. Een andere eis is ook steeds dat het product voldoende landbouwkundige en milieuhygiënische kwaliteit in zich draagt. Met de term 'verwerking' wordt een biologische behandeling (composteren-vergisten) tot een hygiënisch en stabiel materiaal bedoeld.

Mineralenarm of mineralenrijk

Een cruciaal begrip binnen de afzet van organisch-biologisch materiaal in Vlaanderen is de grens tussen mineralenrijk enerzijds en mineralenarm en humusrijk anderzijds. Afhankelijk hiervan kan de eindstroom in Vlaanderen worden afgezet of dient ze te worden geëxporteerd naar het buitenland. Uit onderzoek is immers gebleken dat het mogelijk is organisch-biologische afvalstoffen onder te verdelen in afvalstromen die na verwerking aanleiding zullen geven tot mineralenrijke afvalstromen enerzijds en mineralenarme en humusrijke afvalstromen anderzijds. Het Vlaamse afvalstoffenbeleid streeft naar het behouden van mineralenarme en humusrijke secundaire grondstoffen op Vlaamse cultuurgrond en het bevorderen van de export van mineralenrijke secundaire grondstoffen.

Europees werkdocument bioafval

Er is reeds geruime tijd sprake van een Europese richtlijn rond 'biodegradeerbaar afval', 'bioafval', of 'compostering'. Ook in de de Europese Verordening nr. 1774/2002 wordt hiernaar verwezen. De deadline voor dit document was eind 2004, maar dit is niet gehaald. Van een nieuwe deadline heeft Biogas-E vzw nog geen weet. Op dit moment is er enkel een werkdocument beschikbaar omtrent de verwerking van bioafval (= algemene term voor biodegradeerbaar afval) door bvb. compostering of vergisting. Het heeft absoluut geen bindende kracht en er is ook geen enkele garantie dat het ooit in Europese wetgeving zal omgezet worden. Het wordt hier enkel vermeld om aan te tonen dat Europa ook nadenkt over vergisting en deze technologie ook wil stimuleren.
Een van de doelstellingen in het document is compostering en vergisting van bioafval gekoppeld aan het gebruik van de compost of het digestaat in de landbouw. Enkele elementen van het werkdocument worden hieronder opgesomd:
  • Men wil dat in regel enkel behandeld bioafval (bvb. vergist afval) op het land gebracht wordt. Dit is dus in analogie met de bepalingen van Vlarea in Vlaanderen die ook slechts de zogenaamde secundaire grondstoffen op het land toelaat.
  • Men wil dat inrichtingen die meer dan 10.000 ton digestaat of compost produceren een kwaliteitssysteem implementeren op hun bedrijf.
  • Het document bevat een positieve lijst van bioafval dat kan vergist worden met daarbij horend bepaalde voorwaarden naar hygiënisatie en gebruik toe.
  • Het document omschrijft op welke manier de hygiënisatie tijdens de compostering of vergisting kan gegarandeerd worden.

productie van biogas

Biogas kan geproduceerd worden in verschillende processen, zoals:

* Vergistingsinstallaties (mest, energiemais, slib-vergisters bij rioolwaterzuiveringsinstallaties, ...)
* Anaërobe waterzuivering
* Industriële vergisting van onder andere supermarktafval, horeca-afval en andere industriële reststromen

Voor de productie van biogas worden in de meeste gevallen dan ook de volgende grondstoffen gebruikt:

* afvalstromen
o slib van waterzuiveringstations
o organisch afval
+ plantaardig afval
+ slachthuisafval
o stortplaatsafval
* energiegewassen
o energiemaïs
o olifantsgras (beide varianten)
o glycerine bijproduct biodiesel van koolzaad of sojabonen

biogas in België

In België neemt vergisting momenteel juist sterk toe door gunstige ondersteuningsmaatregelen. Er zijn onder andere installatie op sites in Leuven (Interbrew), Dendermonde (Oudegem Papier), Ardooie (Unifrost), Wevelgem (Alpro). In 2009 zijn er in België 29 biogasinstallaties operationeel. Samen zijn ze op jaarbasis goed voor een totaal elektrisch vermogen van 38 megawatt, omgerekend is dat genoeg voor de elektriciteitvoorziening aan 95.000 gezinnen. Dat meldt de organisatie Biogas-E. Een jaar geleden in 2008 waren slechts 19 installaties in werking en 11 in aanbouw. De installaties die vorig jaar al operationeel waren konden groene stroom leveren aan 50.000 gezinnen. Sindsdien is de productiecapaciteit in België dus bijna verdubbeld.

Naast de 29 werkende biogasinstallaties zijn er op dit ogenblik nog 23 andere installaties vergund. Die verkeren nog in de studiefase of zijn in aanbouw. Er zijn tevens 7 initiatieven die om diverse redenen stilliggen. België wil binnen 10 jaar 13% van alle geproduceerde energie uit hernieuwbare bronnen halen (bron: VILT).

biogas in Nederland

In Nederland nam de vergisting van mest toe als gevolg van de zogenaamde MEP-subsidie. Door afschaffing van deze subsidie door het vorige kabinet Balkenende kwamen de meeste initiatieven echter in de ijskast te liggen. In 2008 is de MEP opgevolgd door de Stimuleringsregeling duurzame energieproductie (SDE). De SDE kent een opsplitsing op basis van verschillende typen installatie. Biogasproductie uit GFT en rioolslib kwam dankzij de SDE in 2008 weer op gang, maar door een te lage vergoeding bleef de productie uit mest stil liggen. In juni 2006 waren er in Nederland zo'n 30 agrarische biogasinstallaties. Het door mestvergisting geproduceerde biogas wordt over het algemeen gebruikt in een warmtekrachtcentrale. Eén biogasinstallatie van een boerenbedrijf kan tussen de 300 en 500 gezinnen van elektriciteit voorzien. In veehouderijen wordt bij mestvergisting soms ook plantaardig materiaal toegevoegd om het vergistingsproces te verbeteren (covergisting).

Biogas of stortgas

Biogas of stortgas is een gasmengsel dat ontstaat als gevolg van biologische enzymatische processen. De hoofdbestanddelen van biogas zijn methaan en koolstofdioxide. Het gas ontstaat als gevolg van vergisting (een anaeroob proces) van organisch materiaal zoals mest, rioolslib, actief slib of gestort huisvuil. Als restproduct blijft digestaat over (het natte eindproduct). Een voorbeeld van een biogas dat op natuurlijke wijze ontstaat is moerasgas.

Vanwege de biologische oorsprong is biogas een duurzame energiebron. Het gebruik van (gereinigd) biogas wordt daarnaast aangemoedigd vanwege de gunstige verbrandingseigenschappen van methaan. Ook kan door gebruik van het biogas het vrijkomen van methaan (een sterk broeikasgas) worden beperkt. Tegenwoordig wordt in ontwikkelde landen steeds meer gebruik gemaakt van biogas van zowel afvalwaterzuiveringen als afvalstortplaatsen. In Nederland en België is dit algemeen gangbaar.

Door reiniging van biogas kan de kwaliteit van het biogas worden verbeterd (met name door verwijdering van water en waterstofsulfide). Toepassing vindt bijvoorbeeld plaats in WKKs en als autobrandstof (vergelijkbaar met CNG). In Nederland wordt opgewaardeerd biogas bijgemengd in het aardgasnet. In dat geval is ook verwijdering van het grootste deel van het aanwezige koolstofdioxide noodzakelijk om een voldoende hoge verbrandingswaarde te halen. Recent staat ook het maken van LNG van biogas in de belangstelling. De LNG is dan bedoeld als transportbrandstof voor zware voertuigen.